Dit artikel is eerder gepubliceerd via de nieuwsbrief Zorginnovatie. Door Rubik Nazarian,
Inleiding
Agressie in de zorg is al lang geen uitzondering meer, maar een structureel maatschappelijk probleem. De impact gaat verder dan het individuele incident: het raakt zorgverleners persoonlijk, ondermijnt teams en zet de kwaliteit van zorg onder druk. In combinatie met de al hoge werkdruk heeft agressie een directe negatieve invloed op de duurzame inzetbaarheid van zorgprofessionals. Het vraagt daarom om actief leiderschap. Bestuurders, praktijkmanagers en leidinggevenden spelen een cruciale rol in het creëren van een veilige werkomgeving en een gezonde organisatiecultuur. In dit artikel staan vier vragen centraal: 1. Wat is de omvang van het probleem? 2. Hoe is agressie te voorkomen? 3. Hoe ga je om met agressie in complexe situaties? en 4. Wat is de rol van training en organisatieontwikkeling?
1. Wat is de omvang van agressie tegen zorgprofessionals?
De cijfers laten weinig ruimte voor twijfel: agressie in de zorg komt frequent voor en is wijdverspreid. Binnen de huisartsenzorg krijgt een groot deel van de medewerkers te maken met agressie of ongewenst gedrag: 77% vanuit patiënten, 54% vanuit naasten en 21% vanuit collega’s of leidinggevenden (Bron: SSFH). Ook bredere cijfers uit de zorgsector onderstrepen de ernst van het probleem. Onderstaan gegevens komen uit de IZZ-monitor 2023 (zie ook Spoek, 2025):
- 55% ervaart maandelijks agressie van patiënten of cliënten
- 33% van de agressie komt van familieleden
- In de GGZ en GHZ wordt zelfs 70% maandelijks geconfronteerd met agressie
- 80% zoekt steun bij collega’s
- 24% overweegt te stoppen vanwege agressie-ervaringen
- Slechts 7% deed in 2023 aangifte bij de politie
Daarnaast blijkt uit onderzoek van PGGM & CO en Ipsos dat maar liefst 74% van de professionals in zorg en welzijn het afgelopen jaar te maken had met agressie of ongewenst gedrag op de werkvloer.
De gevolgen zijn ingrijpend en raken de kern van het functioneren van organisaties: Agressie leidt tot afname van werkplezier, verslechtering van de werksfeer en toename van verzuim en uitval. Agressie is daarmee niet alleen een veiligheidsvraagstuk, maar ook een fundamenteel organisatieprobleem.
Patiënten, cliënten en familieleden verwachten snelle oplossingen, terwijl personeelstekorten en oplopende wachttijden de frustratie vergroten. Die spanning komt vervolgens vaak terecht bij de zorgverlener. Daarnaast spelen andere factoren een rol: complexe problematiek, maatschappelijke verharding, stress, taalbarrières en beperkte gezondheidsvaardigheden. Al deze elementen zorgen ervoor dat emoties sneller oplopen. Er bestaan diverse vormen van agressie:
- Frustratie-agressie: Gericht op zichzelf of de organisatie. Ontstaat vanuit onmacht en uit zich vaak impulsief en emotioneel.
- Instrumentele agressie: Gericht op de ander. Doelbewust gedrag, ingezet om invloed of controle uit te oefenen.
- Fysieke agressie: Zichtbaar en grensoverschrijdend gedrag, zoals slaan, schoppen, spugen of vernieling. Dit vraagt om een duidelijke grens: zeg nee tegen agressie.
- Psychopathologische agressie: Komt voor bij psychische crisis, psychiatrische aandoeningen of verslaving. Veiligheid staat hier altijd voorop: houd afstand, blijf rustig en schakel tijdig hulp in.
Tijdig begrenzen van agressie en contacthouden: dat is topsport
Agressie volledig voorkomen is niet altijd mogelijk. Wat wél mogelijk is, is de-escalerend handelen. Agressie begint zelden met schreeuwen of fysiek geweld. Het ontstaat vaak subtiel: in kleine signalen. Iemand voelt zich niet gehoord of begrepen, frustratie bouwt zich op en emoties lopen langzaam op. Als deze signalen niet tijdig worden herkend en opgevangen, kan onmacht omslaan in grensoverschrijdend gedrag. Hier ligt een belangrijke en uitdagende rol voor de zorgverlener. Het vraagt het vermogen om emoties te reguleren – zowel die van de ander als die van jezelf – en om tijdig te begrenzen met behoud van contact. Dat is topsport. Daarbij helpt de context niet altijd mee. Wachttijden, wisselingen in medicatie en de manier waarop zorg is georganiseerd, vergroten vaak de spanning. De frustratie die daaruit ontstaat, komt regelmatig bij de zorgverlener terecht – ook als de oorzaak elders ligt.
Om een duidelijke en eenduidige lijn te creëren -zowel op organisatieniveau als in het dagelijks handelen – is de gedragsmatrix Zeg nee tegen agressie ontwikkeld. (Redactie: deze is voor de leesbaarheid niet afgedrukt in de Nieuwsbrief, maar wel apart aan te klikken). Het uitgangspunt is helder: emotie mag, agressie niet. De eerste en tweede kolom van de matrix beschrijven emotie en de vierde kolom betreft de vormen van agressie.
Elke context vraagt om een andere benadering. Wij geven drie voorbeelden waar agressie vaak voorkomt: Ambulancezorg, seh’s en ouderenzorg. De ambulancezorg werkt onder tijdsdruk en met onvoorspelbaarheid. Agressie ontstaat vaak vanuit paniek en controle verlies bij patiënten en omstanders. Effectief handelen betekent snel contact maken (“Ik ben hier om te helpen”), regie nemen, eigen stress reguleren en grenzen stellen met behoud van contact. Bij de Spoedeisende hulp (SEH) ervaren bezoekers wachttijden en spanning over wat er aan de hand is met de patiënt. Agressie ontstaat hier vaak door onbegrip over wachttijden en triage. Belangrijke interventies zijn actief informeren, uitleg geven over prioritering, vroegtijdig begrenzen van agressie en goede teamcoördinatie bij escalatie. Bij Ouderenzorg is vaak sprake van onbegrepen gedrag. Agressie is hier vaak geen bewuste keuze, maar een uiting van dementie, angst of desoriëntatie. De aanpak verschuift van begrenzen naar begrijpen.
In de huisartsenzorg en de tweedelijnszorg krijgen zorgverleners regelmatig te maken met hoogoplopende emoties en weerstand. De praktijk is weerbarstig en ook fysiek geweld komt voor. De veiligheid van de zorgverlener staat daarbij altijd voorop. Laten we daarom zuinig zijn op het welzijn van zorgverleners – dat is essentieel voor goede en duurzame zorg.
De praktijk laat zien dat kennis alleen niet volstaat. Het draait om zelfmanagement, de-escalerend optreden en mentale weerbaarheid van de zorgprofessionals. Effectief omgaan met agressie vraagt om inzicht in gedrag, zelfmanagement en de juiste interventies op het juiste moment. Trainingscentra, waaronder het platform van jonge DAI-artsen en hun opleidingscentrum Incorporate INc, bieden een aantal gecertificeerde trainingen aan, zoals: realistische praktijksimulaties, het herkennen van gedragspatronen, zelfmanagement door de professional onder druk, de-escalerende technieken, emotieregulatie en tijdig begrenzen met behoud van contact. Er bestaan ook andere trainingscentrum. Direct toepasbare interventies tref je aan op www.academyinc.nl
Rubik Nazarian
Rubik Nazarian is trainer en communitymanager bij DAI Artsen. Vanuit Academy Inc. verzorgt hij, samen met een ervaren team van trainers, opleidingen en trainingen op het gebied van duurzame inzetbaarheid. De focus ligt op het bevorderen van een gezond werkklimaat, met thema’s als werkplezier, sociaal-psychologische veiligheid, Zeg NEE tegen agressie en leiderschapstrainingen.
Over DAI-artsen en het trainingscentrum Academy Inc en DAI-artsen
DAI Artsen is een onafhankelijk professioneel en vernieuwend netwerk van en voor artsen en artsen in opleiding. Onze missie: een beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gezond gedrag, mens en maatschappij.
Academy INC is het opleidingsinstituut dat verbonden is aan de DAI-platforms. Het biedt, geaccrediteerde scholingen voor professionals, gericht op het versterken van werkplezier en welzijn.
KDI-Partners: Bedrijfsartsen en HR-professionals bundelen hun krachten voor een vitaal en gezond werkklimaat.





